zondag 25 september 2011

In Paradisum

Als je op woensdag in Paradiso naar een concert van Brian Wilson gaat en de zaterdag erna naar Todd Rundgren, dan moet daar natuurlijk een blog over komen. Bij deze dus. De uitdaging is: hoe koppelen we Brian Wilson aan Todd Rundgren?

Todd Rundgren nam in 1976 de plaat Faithful op. Die bestond voor de helft uit bijzonder nauwkeurige covers van liedjes uit de sixties waaronder Good Vibrations van de Beach Boys. Ik heb me wel afgevraagd wat de toegevoegde waarde ervan is om die nummers zo exact mogelijk na te spelen. Rundgren verklaarde desgevraagd dat hij die nummers (ook van Dylan, de Beatles en Jimi Hendrix) wilde behandelen als Europese klassieke muziek: die speel je immers steeds hetzelfde zonder veel eigen interpretatie. Ik denk overigens dat hij ook wilde laten horen hoe goed hij kan produceren. Dankzij de cover van Good Vibrations hebben we de eerste link naar Brian Wilson te pakken.

Het was trouwens niet de eerste keer dat ik beide mannen live zag. Todd Rungren zag ik vorig jaar ook in Paradiso toen hij zijn A Wizard A True Star integraal uitvoerde. En daar hebben we een nieuwe overeenkomst. Die plaat uit 1973 wordt beschouwd als een meesterwerk maar het leek uitgesloten dat die ooit live uitgevoerd zou worden. Daarvoor is hij veel te complex qua instrumenten en arrangementen. Toch durfde Rundgren het aan: de voortschrijdende technologie maakte het inmiddels mogelijk. Het was overigens een prachtig en hilarisch concert: Rundgren kleedde zich na ieder van de 19 nummers vliegensvlug om en kwam dan met het volgende malle kostuum weer op toneel. Hieronder zie je daar een voorbeeld van.


Op internet vond ik overigens nog een blog over dat concert waarin de schrijver Rundgren direct na Brian Wilson op de tweede plek zet van zijn favoriete liedjesschrijvers.

De link met Brian Wilson op dit vlak ligt natuurlijk bij SMiLE. Het was lange tijd uitgesloten dat SMiLE ooit zou worden uitgebracht, laat staan live uitgevoerd. Toch verbaasde Wilson iedereen in 2003 toen hij Pet Sounds live ging uitvoeren. Die plaat is al best complex maar het lukte prima en vervolgens kwamen de geruchten dat hij SMiLE zou gaan uitvoeren. Gezien zijn psychische problemen die mede de oorzaak waren van het stoppen van het SMiLE-project in 1967 leek dat de goden verzoeken. Maar hij deed het toch en het was een enorm succes. Ook hier speelde technologie weer een belangrijke rol, maar niet zo groot als bij Rundgren: Wilson’s band is een geöliede machine die alles zo uit de mouw lijkt te schudden: je doet je ogen dicht en je waant je in California. Hieronder staat een filmpje uit het concert.



Op muzikaal vlak zijn er niet veel overeenkomsten. Rundgren beheerst en verkent allerlei stijlen terwijl Wilson juist de verdieping zoekt in zijn zelfgecreëerde idioom. Toch waren er in het concert van Rundgren (samen met het Metropole Orkest) af en toe geluiden die erg aan Wilson deden denken: met name de waterfluitjes en woodblocks. In onderstaand filmpje zijn daar allerlei voorbeelden van: let vooral op  de stress bij de percussionist.



Ik betrapte me erop dat ik eigenlijk best een switch had willen zien: Wilson met het Metropole Orkest, en Rundgren met de Wondermints (Wilson’s band). Maar dat zal in dit leven niet meer gebeuren. Rundgren, inmiddels 63 jaar, ziet er vitaal uit en klinkt als een klok. Wilson daarentegen, 69 jaar oud, ziet er breekbaar uit. Een wandelend lijk, zeiden mijn kinderen; dit was vast de laatste keer. Maar ze zeiden het met eerbied en ze zongen al zijn liedjes uit volle borst mee waardoor Brian daar alleen nog maar hoefde te zitten. 

zaterdag 30 juli 2011

Hey Joe


Ik kwam gisteren in de boekhandel een leuk boek tegen. Het heet ‘Luisteren &cetera: het web van de popmuziek in de jaren zeventig’ en is geschreven door Bertram Mourits en Pieter Steinz. Over 25 platen uit de jaren zeventig wordt een verhaal verteld, en daarnaast wordt een schema gegeven van wie deze artiesten beïnvloed hebben, waar je vervolgens ook eens naar moet luisteren etc. Ze leggen kortom verbanden zoals ik ze ook probeer te leggen.

Lekker zeg: probeer je op eigen houtje een blog te maken, heeft iemand anders er al een boek over geschreven. Ik was echt verbaasd over de grote mate van overlap die ik in de eerste vijf hoofdstukken al ben tegengekomen. Maar ik heb het voordeel dat ik er filmpjes bij kan zetten…

Goed, de eerste link is dus gelegd, tussen deze blog en het boek. Maar dat is natuurlijk niet voldoende. Ik wil het ook nog over muziek hebben. Dus terug naar de vorige blog. Daarin stond Derek Trucks centraal en die was er al jong bij. Dat heeft hij gemeen met een andere Amerikaanse gitarist: Joe Bonamassa. Die speelde als klein jochie al mee met B.B. King. Hier is een filmpje waar daar iets over verteld wordt.



Zoals je ziet is Joe moeders mooiste niet, maar ach, wat geeft het. We kwamen Joe op het spoor via een recensie in de krant en waren meteen verkocht. Zo erg zelfs dat we meteen naar een concert wilden. Dat lukte begin 2007. We gingen met onze kinderen in februari naar Berlijn en zagen een optreden in de Quasimodo Club, een kleine lage club onder het Theater des Westens (van Joop van den Ende). Joe opende loeihard met Just Got Paid van ZZ Top, zie filmpje. Wij stonden helemaal rechts naast het podium maar we komen niet in beeld.



Dat kan beter, dachten we. Dus hebben we nog enkele concerten van hem bezocht waaronder North Sea Jazz 2009. Hieronder volgt een fragment van de televisieregistratie en ja hoor, we zijn in beeld: van 3:22 tot 3:27 zie je Marianne dansen, en mijn oren.



Van die oren heb ik later nog behoorlijk last gehad na een concert van Joe in Paradiso. Het geluid was daar weer eens zo afschuwelijk slecht en hard dat ik werkelijk twee weken met suizingen heb rondgelopen. Gelukkig zijn die daarna weggegaan.

Inmiddels is Joe de kleinere clubs ontstegen en staat hij in zalen zoals Carré en de Royal Albert Hall. Daar heeft hij in 2009 een aantal concerten gegeven waar ook Eric Clapton kwam opdraven. Je hoort aan zijn nieuwere platen dat hij succes heeft: het wordt allemaal wat commerciëler en daardoor iets minder interessant, maar dat neem ik hem niet kwalijk.

Bij Bonamassa kun je je afvragen hoe origineel hij nou is. Hij speelt soms op een manier dat je denkt: wie doet hij nu weer na? Er was ooit iemand die serieus dacht dat hij Jeff Beck hoorde… Ik geniet er daarom niet minder van maar hij is niet de meest authentieke gitarist die er is. En voor deze blog is dat natuurlijk zeer waardevol want dan kunnen we verbindingen leggen. We hebben al een link met Clapton, met Derek Trucks, met B.B. King en op zijn cd You And Me speelt Jason Bonham mee, de zoon van Led Zeppelin drummer John Bonham. Jason zit ook in de gelegenheidgroep Black Country Communion, samen met Joe en Glenn Hughes (de Voice of Rock o.a. van Deep Purple). Genoeg lijntjes dus voor volgende blogs.

Ten slotte: zijn Derek Trucks en Joe Bonamassa de enige gitaristen die er al heel vroeg bij waren? Kijk maar eens naar het volgende filmpje: het kan altijd nog jonger!



donderdag 14 juli 2011

SKYDOG


Kijk eens naar dit filmpje.




Je ziet een jochie van 13 jaar die met zijn elektrische gitaar invalt in het tussenstuk van Layla: Derek & the Dominoes. Voor de ongeletterden onder ons: Layla is een meesterstuk uit 1970 van Eric Clapton en zijn band, waaronder Duane Allman. Het wordt beschouwd als een van de belangrijkste albums aller tijden. Het verkocht overigens voor geen meter; de platenmaatschappij plakte er stickers op met de tekst ‘Derek is Eric’ om de schade nog enigszins te beperken.



Er komen in dit filmpje een paar zaken samen. Ten eerste heet deze jongen zelf Derek; hij is Derek Trucks, een neef van een van de drummers van de Allman Brothers Band. Inderdaad, die hadden er twee. Ik heb nooit begrepen waarom maar het stond wel stoer. Ten tweede speelt hij de slide-gitaar-partij die Duane Allman in het oorspronkelijke nummer speelde. En hij heeft ook een te groot T-shirt aan met de tekst ‘Skydog’. Skydog was de bijnaam van Duane. Het had iets te maken met enerzijds zijn postuur en anderzijds zijn inname van diverse substantiën, zullen we maar zeggen. Maar hij kon wel een potje slide-gitaar spelen! Derek Trucks is een soort opvolger van Duane Allman.

Ik was afgelopen weekend op North Sea Jazz in Rotterdam. Om nog even een link te leggen naar de vorige blog heb ik hier een aardig filmpje van Prince. 




Hij speelt ‘It's Gonna Be A Beautiful Night’ van Sign O’ The Times en daar duikt plotseling Miles Davis op (doorspoelen naar 5:00). Die is al een beetje de weg kwijt maar het is toch een mooi moment. En in dit fragment vertelt Miles wat hij ziet in Prince: een mengeling van James Brown, Jimi Hendrix en Marvin Gaye.


Het zal je maar gezegd worden… Tot zover Prince.

Op North Sea Jazz speelde ook Derek Trucks. Hij heeft in de afgelopen jaren eerst gespeeld in de nieuwe line-up van de Allman Brothers Band. Behalve Gregg Allman zitten daar weinig originele leden meer in. Zijn broer Duane is niet lang na de opnames van Layla in 1970 verongelukt, een jaar later gevolgd door bassist Berry Oakley. En gitarist Dicky Betts werd eind jaren negentig door Gregg uit de band gezet. Derek heeft toen zo’n beetje de plek van Duane ingenomen. Gregg Allman is nog steeds verbijsterd over de gelijkenis: niet alleen muzikaal treedt Derek in Duane’s voetsporen maar ook uiterlijk lijkt hij op hem: lang blond haar in een paardenstaart.

Maar in de afgelopen jaren had hij ook zijn eigen band: de Derek Trucks Band. Die heb ik te lang genegeerd; ik ging af op de naam en dacht dat het wel een slap aftreksel zou zijn van de Allman Brothers. Niets is minder waar: hij had een geweldige band en speelde fantastisch gitaar. Ook las ik dat hij inmiddels was getrouwd met Susan Tedeschi. Susan is een van de meest gerespecteerde zangeressen in de US als het om het grensgebied tussen country, blues en rock gaat. Je kan haar vergelijken met Gillian Welch. Dit jaar hebben ze besloten om ook muzikaal helemaal samen te gaan: de Tedeschi Trucks Band werd opgericht. Volgens mij is het gewoon de Derek Trucks Band met een vaste zangeres. Maar wat voor een!



Op North Sea Jazz wandelde ik de Congo-tent binnen voor een concert van Otis Taylor. Er stond een gitarist op het podium die ik van gezicht kende: dat was Derek Trucks, die een uur voor zijn eigen optreden nog even een oude kennis kwam begeleiden. Mooi om te zien. Het optreden vervolgens met zijn Tedeschi Trucks Band was wel apart. Het was muzikaal subliem, en zo dachten de recensenten er ook over. Maar ze hadden gelijk dat er nauwelijks interactie was met het publiek. Je ziet het ook in dit filmpje: het zijn twee conscientieuze muzikanten die een beetje verlegen zijn.




Als je kijkt naar dat eerste filmpje van Derek als 13-jarige: hij is qua stage performance geen spat veranderd…

Toch heb ik een zwak voor ze en voor hun muziek. Daarom hier nog een filmpje van de Tedeschi Trucks Band.



maandag 4 juli 2011

Guitar




Ja beste mensen, het heeft even geduurd maar hier is weer een nieuwe Blink Blog. Het was niet eenvoudig om een nieuwe richting te kiezen: er zijn immers zoveel aanknopingspunten! En de zelf opgelegde regel dat een nieuwe Blink Blog naar de vorige moet verwijzen maakt het niet gemakkelijker, vooral als je zoals ik al een nieuw idee hebt maar oh nee, die kan je niet zomaar aan de vorige koppelen.

Wat gebeurde er? Ik zat met mijn muziekgedachten nog helemaal in Los Angeles toen ik het aankomende North Sea Jazz programma ging doornemen. En daar speelt Prince iedere avond als slotact. Dat wordt vast geweldig: Prince is als optredend artiest bijna onovertroffen. Hij heeft beloofd om iedere avond iets anders te doen, en ik hoop van harte dat hij nog bij andere acts opduikt. Dan kan ik hem misschien ook nog zien. De laatste keer was in 1990 in de Kuip, en daarvoor in 1987 in de Utrechtse Galgenwaard: een fantastisch concert uit de tijd van Sign O’ The Times.

Dus ik wilde iets met Prince doen in Blink Blog. En dan vooral aan zijn gitaarkunsten. Maar hoe klets je dat in vredesnaam aan de vorige blog? Ik kwam er niet uit.

En toen vond ik dit filmpje op Youtube. Het is een fragment uit een memoriam-concert voor George Harrison. Je ziet daar een rijtje oude knarren staan: Jeff Lynne van Electric Light Orchestra, Tom Petty, en ook George’s zoon Dani staat erbij. Ze spelen While My Guitar Gently Weeps van the White Album van de Beatles. Er lijkt niets aan de hand, ofwel het kabbelt een beetje voort. Maar dan blijkt dat helemaal rechts op het podium Prince staat, met een rode hoed op. Die neemt de laatste gitaarsolo voor zijn rekening en dan komt de boel echt los. Let ook even op wat er aan het eind gebeurt: hij gooit zijn gitaar in de lucht en dan?

Ik was verbaasd: ik had Prince nooit in zo’n rijtje muzikanten verwacht. Maar ik dacht wel dat ik hem nu aan Los Angeles kon koppelen. Tom Petty komt daar toch ook vandaan? Ik wist het niet zeker dus ik ging op onderzoek uit. Niets bleek minder waar. Hij komt uit Florida dus eigenlijk hoefde ik niet meer verder te zoeken: einde verhaal. Misschien komen we Tom nog een andere keer tegen.

En die Jeff Lynne komt uit Birmingham dus daar schiet ik ook niets mee op.

Nee, ik moest terug naar Prince. Hoe zou hij te linken zijn aan mensen als Randy Newman? Ik ging weer terug naar Youtube en vond een ander interessant filmpje: Prince schuift aan bij een concert van Stevie Wonder vorig jaar in Parijs. De band heeft Superstition ingezet en Stevie zit daar een beetje te wiebelen achter zijn toetsenbord, tot Prince op het podium komt. Hij begroet Stevie en neemt even de toetsen over wat ik eigenlijk nogal flauw vindt. Want dan lijkt het net of Stevie er niets van kan. Maar daarna krijgt Prince een gitaar om en speelt hij gewoon mee.  Volgens mij doet hij zijn best om niet teveel op te vallen: de muzikant wint het van de showman.

Mooi, zult u zeggen, maar waar is nou de link met de vorige Blink Blog? Geen idee, eerlijk gezegd. Of het moet zijn dat Prince op een bepaalde manier de vleesgeworden link is: de man is zo veelzijdig dat hij met iedereen kan spelen.

En toen vond ik dit artikel in een Amerikaanse krant. Randy Newman vertelt dat hij wel eens een song voor Prince heeft geschreven. Nooit aangeboden, maar wel geschreven. En hij zegt dat hij Prince ‘soort van’ kent. Kijk: dan zijn we er. Het is een dunne link, maar hij is er.

maandag 20 juni 2011

Sail Away



Het lijkt me aardig als iedere Blink Blog op de een of andere manier aansluit bij de vorige. Dat betekent dat deze keer Randy Newman het spreekwoordelijke stokje overneemt.
En voor de goede orde: in Blink Blog staan steeds een paar internet-links waarop je kan klikken!
Randy heeft zijn roots in de music scene van LA. Dat zie je terug aan de sessiemuzikanten die op zijn albums meespelen. Maar het zijn net weer andere mensen dan de lui van de fameuze Wrecking Crew uit de jaren zestig. Zij speelden alles op o.a. Pet Sounds van the Beach Boys, terwijl de Beach Boys zelf op tournee waren en Brian Wilson in de studio achterbleef. Die Wrecking Crew: daar kom ik later nog wel eens op terug.
Bij Randy Newman zien we mensen als Ry Cooder, Jim Keltner en een paar Eagles terugkomen: typisch jaren zeventig. Dat is de periode waarin Randy Newman o.a. Sail Away, Good Old Boys en Little Criminals maakt. Vooral de titel Sail Away is interessant voor Blink Blog omdat het tevens een nummer is van Brian Wilson en Van Dyke Parks van hun CD Orange Crate Art; verder heeft dit nummer niets te maken met Randy Newman. Maar dit terzijde.
Wat bij Randy Newman tevens terugkomt is de verbinding met New Orleans. Zo speelt hij samen met Little Feat en Allen Toussaint. Het nummer ‘Louisiana 1927’ van Good Old Boys komt terug op het benefit-album Our New Orleans uit 2005 n.a.v. de orkaan Katrina. Dit is een ontzettend leuke CD, ondanks de akelige aanleiding. Het geeft een fantastische doorsnede van het rijke muziekspectrum dat New Orleans te bieden heeft: Dr John, Allen Toussaint, Irma Thomas, enfin noem maar op. Ook daar ga ik nog eens een boom over opzetten. Hier is alvast een link naar een nummer dat Dr John en Randy Newman samen opnamen voor Dr Johns’s Cd N’Awlinz, Dis, Dat or D’udda (ja spreek het maar eens uit, dan hoor je wat het betekent!)
Maar terug naar Randy Newman. Hij is ook degene die de soundtrack voor o.a. Toy Story 3 heeft gemaakt. Hierna staan twee YouTube-links naar het nummer You’ve Got A Friend In Me uit die film: de ene uit de film zelf met Randy Newman’s stem, de andere met Dr John.
Zo zie je maar weer: alles hangt met alles samen.

maandag 13 juni 2011

SMiLE!








Toen ik thuiskwam van vakantie lagen er twee pakketjes: een Kraftwerk-shirt en een DVD over Brian Wilson en de Beach Boys. Die laatste bevat twee documentaires: “I Just Wasn’t Made For These Times” en “An American Band”.

Het ging mij om die eerste. Het is een film uit 1995 in zwart-wit waarin regisseur (tevens muzikant) Don Was met Brian Wilson teruggaat naar de donkerste periodes uit zijn leven. We zien ook hoe Brian daaruit is gekomen en weer musiceert. De bijbehorende CD is al sinds 1995 een van mijn favorieten.
In de film zie je op een bepaald moment Lenny Waronker en Randy Newman, twee iconen uit de LA music scene. De rol van Waronker kan ik begrijpen: hij was en is een belangrijke producer, o.a. van Randy Newman en ook van Van Dyke Parks die zo’n belangrijke rol speelde in het SMiLE-verhaal. Wat Randy daar deed was me niet duidelijk.
Maar ik moest wel denken aan een recente aflevering van Jools Holland’s BBC-programma “Later” (geweldig programma trouwens). Daarin zat (voor de allereerste keer!) Brian Wilson met zijn band, en ook Randy Newman speelde een paar nummers.
Ik kon wel bedenken dat ze allebei uit LA komen, maar wist niet of ze elkaar echt kennen. En toen vond ik een foto van na afloop: Brian, Randy en Van Dyke met z’n drieën.








Drie keer raden wat de fotograaf riep vlak voordat hij de foto nam…

Overigens: binnenkort schijnt een dubbel-CD uit te komen met alle originele SMiLE-opnames. Ik verheug me er nu al op!







De eerste Blink Music Blog

Het heeft even geduurd maar hier is hij dan: Blink Music Blog. Het idee ervoor ontstond vorige week op vakantie in Zwitserland. We hebben altijd onze iPod bij ons en die sluiten we dan aan op een klein formaat radio. Op de iPod staan inmiddels ruim 6.500 nummers, samen goed voor meer dan 18 dagen onafgebroken muziek. En als je hem dan op shuffle zet, is het steeds weer een verrassing welk liedje er nu weer komt.
Dat is op zichzelf niets bijzonders. Maar wat wel opviel was dat ik regelmatig een verbinding kon leggen tussen twee opeenvolgende nummers. En het verhaal erbij deed Marianne verzuchten: zet dat nou eens op papier!
Vandaar dus. Deze blog gaat over muziek en dan vooral over de verbindingen, de associaties, de link tussen liedjes. Ik hoop dat het jou als lezer inspireert en op nieuwe ideeën brengt.